infrastructuur
vrouwelijk (de)/ˈɪɱfrastrʏktyr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het totaal van onroerende voorzieningen zoals (spoor)wegen, vliegvelden, havens, bekabeling, riolering enzovoortProjecten die nieuwe infrastructuur aanleggen zijn vaak erg groot en duren lang.
Etymologie
*afgeleid van het Franse infrastructure [https://fr.wiktionary.org/wiki/infrastructure Wiktionnaire]
Vertalingen
Engelsinfrastructure
Fransinfrastructure
DuitsInfrastruktur
Spaansinfraestructura
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek