ing.

mannelijk (de)/ˌɪŋɣeˈɲør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) titel voor sommige afgestudeerden aan technische opleidingen in wo of hbo
  2. (België) titel voor iemand die is afgestudeerd als industrieel ingenieur (master)
  3. (Nederland) titel voor iemand die in is afgestudeerd in technische opleiding aan de hts of in het hbo (bachelor)
werkwoord
  1. diergeneeskunde (diergeneeskunde) voorzien van de gebruikelijke vaccinaties (bij huisdieren)

Etymologie

*[C] (afkorting) van ingeënt