ingang

mannelijk (de)/ˈɪŋɣɑŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een trefwoord dat te vinden is in een woordenboek
  2. een opening waar iets doorheen kan of waardoor men binnenkomt (toegang); vaak is dit tevens een uitgang
    Ook legde ik een dikke tak voor de ingang van mijn tent met de bedoeling mijn hoofd te beschermen tegen eventuele inrijdende auto’s.
    ' Ik draaide me om en was al bijna bij de ingang van het flatgebouw toen hij me riep.
  3. het ingaan, het begin van iets ('ingangsdatum')
    Hij vervolgt met de mededeling de benoeming als gemeentearchitect van Nieuwe- en Oude- Tonge aan te nemen en spreekt de hoop uit met ingang van 1 januari 1952 te kunnen beginnen.
  4. techniek (techniek) aansluiting van elektrisch apparaat waar een signaal binnen komt

Vertalingen

Engelsentry, entrance
Fransentrée
DuitsEintrag, Stichwort, Lemma
Spaansentrada
Italiaansentrata