ingekeerd

/ˈɪŋɣəˌkert/

Wat is de betekenis van ingekeerd?

ingekeerd betekent: naar binnnen gericht, in zichzelf gekeerd, zonder aandacht voor de omgeving

Betekenis

werkwoord
  1. naar binnnen gericht, in zichzelf gekeerd, zonder aandacht voor de omgeving
  2. met een ernstige levenshouding, wars van oppervlakkigheid
  3. religie (religie) (christelijk) gericht op het eigen zielenheid, afgekeerd van het wereldse

Voorbeelden van "ingekeerd" in een zin

  • Lise week niet van haar positie bij de bar en bestudeerde ingekeerd haar nagels.
  • Na de dood van de grootmoeder woonde Heiltje op de boerderij en Kasper sliep op de vliering bij de baas. De omgang verminderde, zij zagen elkander alleen bij het eten, ten leste zeiden zij enkel goedendag. Maar wanneer zij soms de ogen naar elkander opsloegen wisten zij dat er iets anders was, ondanks het verschil. Ingekeerd en gesloten waren zij beiden, zonder haastigheid. Het duurde bijna een jaar voor Heiltje weer, wanneer zij hem aansprak, een kleurtje op de bleke wangen kreeg.
  • Hij was een slim, verstandig en wijs man, en ook ingekeerd en devoot

Etymologie

* (van het scheidbare werkwoord), op te vatten als