ingenieur
mannelijk (de)/ˌɪŋɣeˈɲør/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die is opgeleid in het hoger onderwijs om allerhande technische, technologische en organisatorische problemen op te lossenWij ingenieurs tekenden en rekenden, de spoorwegarbeiders bouwden.
Etymologie
*van "ingénieur", in de betekenis van ‘afgestudeerde aan een hogere technische school’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1842
Vertalingen
Engelsengineer
Fransingénieur
DuitsIngenieur
Spaansingeniero, ingeniera
Russischинженер
Koreaans공병
Turksmühendis
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek