inhaken

/ˈɪnhakə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) aanknopen bij, aansluiten op
    Mag ik even inhaken op dit item?
  2. inerg (inerg) steken door de gebogen arm van een ander
    mag ik even bij je inhaken dan lopen we samen over de markt
  3. ov (ov) met een haak slaan in