inhaken
/ˈɪnhakə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) aanknopen bij, aansluiten opMag ik even inhaken op dit item?
- (inerg) steken door de gebogen arm van een andermag ik even bij je inhaken dan lopen we samen over de markt
- (ov) met een haak slaan in
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek