injectiespuit

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) een cilinder met een holle naald, bedoeld om iets te kunnen inspuiten
    Ze stonden al klaar met een fikse injectiespuit.

Vertalingen

Engelssyringe
Spaansinyector, jeringa