inkapselen

/ˈɪŋkɑpsələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, biologie (ov) (biologie) door weefsels omsluiten
    Alles wijst erop dat van de punt van het hoefbeen een stukje is afgebroken dat door het lichaam is ingekapseld.
  2. tweede betekenisomschrijving
    Zin met het inkapselen in de tweede betekenis erin.
  3. enz.

Etymologie

*van einkapseln; op te vatten als samenstellende afleiding van in (voorzetsel) en kapsel (zelfstandig naamwoord) dat de onbepaalde wijs van een werkwoord vormt

Vertalingen

Engelsencyst