inkoper

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die voor zijn beroep goederen koopt bijvoorbeeld voor een winkel of restaurant
    SHV, het grootste familiebedrijf van Nederland, sluit binnenkort een bedrijf in Dubai. De reden: het dochterbedrijf betaalde jarenlang ongehinderd en systematisch inkopers van klanten in ruil voor opdrachten. De top van SHV wist hiervan en deed jarenlang niets. NRC Esther Rosenberg Carola Houtekamer 24 februari 2017

Etymologie

* van inkopen