inloop
mannelijk (de)/ˈɪnlop/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- herhaald veelvuldig bezoek
- vrije toegang op een daarvoor vastgestelde tijd
Etymologie
*: "inlopen" zonder de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*: "inlopen" zonder de uitgang -en