inloopdouche

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɪnlobˌduʃ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een douche waar je onder kunt staan zonder eerst een drempel over te hoeven gaan vaak heeft deze douche ook geen douchedeur
    Faye kijkt intussen in de badkamer. 'Een inloopdouche, pap, en een bad op pootjes.'
    Ouderen die hun huis willen verbouwen om er langer in te kunnen blijven wonen, kunnen binnenkort bij sommige gemeenten een 'blijverslening' aanvragen. Ze kunnen maximaal 50.000 euro lenen voor bijvoorbeeld de bouw van een inloopdouche of om een slaapkamer te bouwen op de begane grond.