inloopuur

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een tijdsperiode waarin men iemand (met name een hulpverlener of bestuurder) kan bezoeken zonder vooraf een afspraak gemaakt te hebben
    Om wille van de toegankelijkheid wordt een wekelijks inloopuur in een buurthuis, bibliotheek of café geopperd. Een andere aanbeveling die wordt gedaan, is burgers de ruimte te geven minimaal één procent van de lokale begroting te besteden aan lokale initiatieven. Reformatorisch Dagblad 28-11-2017 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/zeventien-wethouders-vernieuw-lokale-democratie-1.1449300 Zeventien wethouders: Vernieuw lokale democratie]
    In mijn tijd gaven we de eerste aanzet voor de aanpak van criminele Marokkaanse jongeren. Dat begon met durven benoemen. We noemden ze in Slotervaart geen hangjongeren meer, maar tuig. En we gaven ze geen eigen afdakjes en inloopuren bij een eigen honk, maar we gingen op zoek naar de beste agenten, straatcoaches, leerplichtambtenaren, docenten en huisbezoekers. En die kwamen, en ze deden hun werk. Het Parool AHMED MARCOUCH 10 OKTOBER 2015 [https://www.parool.nl/opinie/marcouch-criminaliteit-daalt-verder-en-er-komt-een-nieuwe-middenklasse~a4160697/ Marcouch: 'Criminaliteit daalt verder en er komt een nieuwe middenklasse']