inning

vrouwelijk (de)/ˈɪnɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. financieel (financieel) handeling om iemand geld dat hij je schuldig is te laten betalen
    De organisatie van de Belastingdienst is dermate wankel dat de continuïteit van de organisatie gevaar loopt. Daarmee komt de inning van belastinggeld mogelijk in de problemen [http://www.nu.nl/economie/4423233/commissie-oordeelt-vernietigend-belastingdienst.html www.nu.nl]
zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) (cricket, honkbal) elk van de perioden waarin een wedstrijd is onderverdeeld en waarin de ene ploeg punten kan scoren na het slaan van de bal en de andere ploeg dat tegengaat door het vangen van de bal
    De Nederlandse honkballers hebben dinsdag de halve finale van de World Baseball Classic in de elfde inning met 4-3 verloren van Puerto Rico.

Etymologie

*[B]: van """, in de betekenis van ‘slagbeurt bij cricket e.d.’ voor het eerst aangetroffen in 1889

Vertalingen

Engelscollection
Spaanscolecta, recolección