inpakster

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouwelijke inpakker, iemand die producten in een fabriek of winkel inpakt
    De meisjes van Verkade - de inpaksters van de koeken - waren een begrip in Nederland.Volkskrant 20 januari 2017
    Er zijn twee vrouwen, ook in het wit, waarvan er één zingt. Dan moet het publiek weer gaan zitten, en doet het duo een Christootje: de een pakt de ander in met bruin pakpapier. Langzaam en zorgvuldig, ook het hoofd. De technicus laat er flarden van allerhande geluiden en muziek bij horen, van kerkklokken tot een muziekdoos. Daarna scheurt de inpakster het papier weer open. Er volgen nog twee zacht gezongen liedjes in het Engels en Frans en dan is deze voorstelling klaar. In een aangrenzende schuur loeien de schapen. Gelijk hebben ze.NRC Ron Rijghard 14 juni 2017

Etymologie

* van inpakken

Vertalingen

Engelsfemale packer, packer