inrichten
/ˈɪnrɪxtə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een woning ~: een ruimte geschikt maken voor bewoning met vloerbedekking, behang, huisraad, enzovoortZij moesten hun huis nog helemaal inrichten.
- iets geschikt maken om te gebruikenDeze verhalen nam ik als een spons in me op en ik hoopte mijn leven thuis ook enigszins anders in te gaan richten.
Vertalingen
Engelsdecorate
Duitseinrichten
Spaansdecorar, amoblar, amueblar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek