inrichten

/ˈɪnrɪxtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een woning ~: een ruimte geschikt maken voor bewoning met vloerbedekking, behang, huisraad, enzovoort
    Zij moesten hun huis nog helemaal inrichten.
  2. iets geschikt maken om te gebruiken
    Deze verhalen nam ik als een spons in me op en ik hoopte mijn leven thuis ook enigszins anders in te gaan richten.

Vertalingen

Engelsdecorate
Duitseinrichten
Spaansdecorar, amoblar, amueblar