inroosteren
/ˈɪnrostərən/
Betekenis
werkwoord
- (ov) in het rooster zettenHij werd op een laat tijdstip ingeroosterd.
Etymologie
*samenstellende afleiding van in (voorzetsel) en rooster (zelfstandig naamwoord) dat de onbepaalde wijs van een werkwoord vormt (werkwoord), of "een verdeling van personen en taken over tijdvakken en plaatsen maken"
Vertalingen
Engelsschedule
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek