inspecteur

mannelijk (de)/ˌɪnspɛkˈtør/

Wat is de betekenis van inspecteur?

inspecteur betekent: (beroep) iemand wiens taak het is inspecties uit te voeren

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand wiens taak het is inspecties uit te voeren
  2. beroep (beroep) een rang in de hiërarchie van de politie tussen brigadier en hoofdinspecteur

Voorbeelden van "inspecteur" in een zin

  • Hij is inspecteur in de bouw.
  • Ik probeer vooral niet over te komen als een inspecteur van de Griekse Keuringsdienst, maar acteer een dolenthousiaste Nederlandse gastrofiel met een voorliefde voor de Griekse keuken.
  • De inspecteur komt naar me toe, steekt zijn hand uit en noemt zijn naam, Roland Huret, en inmiddels herken ik hem ook weer.
  • 'Hij ziet er anders uit,' had de Franse inspecteur gewaarschuwd, voordat hij me het mortuarium in Rodez binnenleidde.

Etymologie

* van inspecteren

Vertalingen

Engelsinspector, auditor
Spaansinspector