instemmen
/ˈɪnstɛmə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) het eens zijnZijn vrienden weten dat er nu een schoffering op handen is van alle humorloze betweters. ‘Twintig jaar geleden adviseerde de dokter me om te stoppen met drinken. ‘Oké’, zei ik. ‘Daar stem ik mee in. Maar dan blijf ik wel roken.’ de Volkskrant John Schoorl25 februari 2019 [https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/81-jarige-kunstenaar-david-hockney-woont-in-los-angeles-met-zijn-entourage-en-komt-de-dag-door-met-heel-veel-sigaretten-maar-zonder-alcohol~b394910a/ 81-jarige kunstenaar David Hockney woont in Los Angeles met zijn entourage en komt de dag door met heel veel sigaretten, maar zonder alcohol]Hoelang de onderhandelingen precies zullen duren is onduidelijk, maar de formele toetreding van Finland zal binnen een paar maanden tot een jaar geregeld moeten zijn. De parlementen van alle dertig NAVO-lidstaten moeten ermee instemmen. Secretaris-generaal Stoltenberg van de NAVO heeft gezegd dat de Finnen "een warm welkom" zullen krijgen. "Het toetredingsproces zal soepel en snel gaan."En als nu de zogenaamde raadgevers van de KGB, of was het de NKVD in die tijd, die achter de schermen aan de touwtjes trokken bij het Slânskj-proces, als schurken werden bestempeld, dan werd ook de Sovjet-Unie schurkachtig genoemd, of niet? Tot zover knikte iedereen bedachtzaam instemmend.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘zijn stem met andere verenigen’ voor het eerst aangetroffen in 1766
Vertalingen
Engelsagree
Fransconsentir, acquiescer
Duitszustimmen
Spaansaprobar, asentir, consentir
Russischсоглашаться
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek