instituut

onzijdig (het)/ˌɪnstiˈtyt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. maatschappij (maatschappij) instelling [1] voor onderzoek, onderwijs, verpleging e.d
    Een academisch instituut.
    Bij Ammow, het Nederlands instituut voor radioastronomie, maakt Gemma Janssen er al tien jaar lang jacht op, waarbij ze de kosmos zélf als detector gebruikt.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘instelling’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1800

Vertalingen

Spaansinstitución, instituto