instrument

onzijdig (het)/xxxx/

Wat is de betekenis van instrument?

instrument betekent: (gereedschap) werktuig

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) werktuig
  2. figuurlijk (figuurlijk) hulpmiddel om iets te kunnen realiseren
  3. muziek (muziek) verkort voor muziekinstrument

Voorbeelden van "instrument" in een zin

  • Kun je mij dat instrument aangeven?
  • Als instrument in de strijd tegen klimaatverandering moet fietsen meer gepromoot worden, vinden de 193 lidstaten van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. [https://www.nu.nl/stikstof/6189555/vn-promoot-fietsen-als-middel-tegen-klimaatverandering.html www.nu.nl (16 mrt 2022)]
  • Het is niet de bedoeling van dit onderzoek om instrumenten te ontwikkelen waarmee zij hun effectiviteit verhogen, maar wel om gereedschappen te bieden voor kritische reflectie. {{Aut|Rothfusz, Jacqueline
  • Mijn stem is misschien wel het belangrijkste instrument in mijn leven omdat ik veel praat.
  • Ik zou graag een nieuw instrument kopen, maar heb het geld nog even niet.

Etymologie

*Van het Franse instrument, van het Latijnse instrumentum

Vertalingen

Engelsinstrument, instrument
Fransinstrument
DuitsWerkzeug, Instrument, Instrument
Spaansinstrumento, herramienta, instrumento
Italiaansstrumento, strumento
Portugeesinstrumento, instrumento
Russischинструмент, инструмент
Chinees中國
Japans器具, 器械, 楽器
Koreaans악기
Zweedsinstrument, instrument