instrumentenbouwer

mannelijk (de)

Wat is de betekenis van instrumentenbouwer?

instrumentenbouwer betekent: iemand die werktuigen bouwt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die werktuigen bouwt

Voorbeelden van "instrumentenbouwer" in een zin

  • De uitverkorenen waren: .... een Canadese violist; een Russisch-Amerikaanse natuurkundige die bekend was omdat hij het quantum phase estimation algorithm en de topologische kwantumcomputer geïntroduceerd had bij, nou ja, het gewone volk; een instrumentenbouwer en componist, een ontwikkelingsbioloog, ...
  • De door Bach in 1731 geschreven kwitantie –een bewijs dat hij te veel betaalde belasting op drank had teruggekregen– komt niet zo maar uit de kluis, want het gaat om het behoud van kostbaar bronnenmateriaal. Ook een instrumentenbouwer die op zoek is naar historische bouwtekeningen van klavecimbels, moet zich over een kopie buigen.