intrek
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ~ nemen bij iemand: bij iemand gaan wonenHij nam zijn intrek bij Jan en zijn familie.Zelf had hij juist zijn intrek genomen op de bovenverdieping van een van de huizen die het dichtst bij de oever stonden.
Etymologie
* van intrekken.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek