introïtus
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (muziek) antifoon met psalmvers als inleiding tot de mis
- (anatomie) ingang tot een lichaamsholte
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse ire (gaan)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*afgeleid van het Latijnse ire (gaan)