introductiecursus

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) een aantal lessen waarin iemand de beginselen van een bepaald onderwerp leert
    ... gelukkig zonder Samuel die in zijn eigen huis in Bridgeport zat waar hij vermoedelijk bezig was hun reis naar Hawaï tot in de puntjes voor te bereiden en vast allemaal excursies en activiteiten regelde, zoals een duikcursus voor beginners, een introductiecursus hoelahoela-dansen en ook tafeltjes reserveerde in de beste eetgelegenheden die hij gevonden had ...
    Teeven zegt tegen de krant dat hij niet lijdzaam thuis wil wachten op een nieuwe baan. Het werk als buschauffeur noemt hij fantastisch. "Ik doe het chauffeurswerk parttime en heb mijn introductiecursus net achter de rug", zegt de bewindsman, die al langere tijd zijn groot rijbewijs heeft en ook als touringcar-chauffeur werkte.