introuwen
/ˈɪntrɑuwə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (intr) na een huwelijk intrekkenHeisler zoekt hem kort na zijn vlucht thuis op en krijgt, ondanks de risico’s die Röder hiermee voor zijn gezin loopt, spontaan onderdak (‘Je kunt hier introuwen’).
- (intr) door het sluiten van een huwelijk deel worden van een gezin of familie en betrokken raken bij de activiteiten en bezittingen daarvanZijn gelukkige huwelijk en het introuwen in een protestantse burgerlijke familie die hem niet alleen financiële zekerheid, maar ook een eigen plaats gaf, had grote invloed.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek