invallen
/ˈɪɱvɑlə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) vallend iets binnengaanHij viel de kuil in.
- (erga) iemands plaats tijdelijk innemen, bijvoorbeeld wanneer deze verhinderd isHij is voor haar ingevallen.
- (erga) plotseling verschijnenIk kon door die typefout niet uitmaken of de vorstin gevallen of de vorst ingevallen was.
Vertalingen
Engelsfall, fill in, substitute
Duitsfallen, hereinfallen, hineinfallen
Spaanscaerse, sustituir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek