invaller

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Iemand die plotseling de taak van iemand anders moet overnemen.
    Hij speelde één interland: op 27 september 1953 speelde hij als invaller bij het Nederlands voetbalelftal 20 minuten in de vriendschappelijke wedstrijd tegen Noorwegen.

Etymologie

* van invallen

Vertalingen

Engelssubstitute
Fransremplaçant
DuitsErsatzmann
Spaansreemplazante