invariant
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌɪɱvariˈjɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- onveranderd blijvende grootheid
- onveranderlijk
Etymologie
*[bijvoeglijk naamwoord] van het "invariant"; op te vatten als afleiding van variant
Vertalingen
Spaansinvariante
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek