invloed

mannelijk (de)/ˈɪnvluːt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. inwerking van een persoon, zaak of omstandigheid op een andere
    Dit schilderwerk vertoont impressionistische invloeden.
    Ze had voor dit boek een aantal weduwes geïnterviewd over de invloed die het verlies van hun partner op de rest van hun leven heeft gehad.
  2. het vermogen om op iets of anderen in te werken
    Als hoge ambtenaar heeft hij een grote invloed.
    Uren en uren trok ik door het uitgestorven landschap toen ik plotseling een hele tijd moest wachten om een spoorlijn over te steken waar juist een lange goederentrein met een slakkengang langskwam. Zelfs [in] deze uitgestrekte Amerikaanse wildernis was niet aan de invloeden van de civilisatie te ontkomen.
  3. natuurkunde (natuurkunde) inductie

Etymologie

* invloed hebben op

Vertalingen

Engelsinfluence, influence
Fransinfluence, influence
DuitsEinfluss, Einfluss
Spaansinfluencia, influencia
Deensløft