invrijheidstelling

vrouwelijk (de)/ɪɱˈvrɛihɛitˌstɛlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) beëindiging volgens de geldende regels van een periode van opsluiting
    Golstein: „Gedetineerden moeten hun voorwaardelijke invrijheidstelling straks verdienen door hun gedrag in de gevangenis.
    De rechtbank doet uiterlijk op 4 juli uitspraak, mogelijk al eerder als wordt besloten tot invrijheidstelling.
    Minister Verwilghen wil dat in de toekomst een speciale rechtbank over voorwaardelijke invrijheidstellingen beslist.

Etymologie

*afgeleid van "in vrijheid stellen"