inwendig

/ɪɱ.'ʋɛn.dəχ/

Wat is de betekenis van inwendig?

inwendig betekent: in het lichaam bevindend

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. in het lichaam bevindend
  2. in de geest bevindend

Voorbeelden van "inwendig" in een zin

  • Hij had last van een inwendige parasiet, die operatief verwijderd diende te worden.
  • Op dat moment was hij inwendig aan het koken.

Veelgestelde vragen over inwendig

Wat is de betekenis van inwendig?

inwendig betekent: in het lichaam bevindend

Hoeveel betekenissen heeft inwendig?

inwendig heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je inwendig in een zin?

Voorbeeld: “Hij had last van een inwendige parasiet, die operatief verwijderd diende te worden.

Etymologie

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘van binnen zittend’ voor het eerst aangetroffen in 1276

Vertalingen

Duitsinner, inwendig, innerlich
Engelsinside, inner, internal
Fransintérieur, interne
Spaansinterno, interior