inwendig
/ɪɱ.'ʋɛn.dəχ/
Wat is de betekenis van inwendig?
inwendig betekent: in het lichaam bevindend
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- in het lichaam bevindend
- in de geest bevindend
Voorbeelden van "inwendig" in een zin
- Hij had last van een inwendige parasiet, die operatief verwijderd diende te worden.
- Op dat moment was hij inwendig aan het koken.
Etymologie
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘van binnen zittend’ voor het eerst aangetroffen in 1276
Vertalingen
Duitsinner, inwendig, innerlich
Engelsinside, inner, internal
Fransintérieur, interne
Spaansinterno, interior
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek