inwippen

/ˈɪnwɪpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met een snelle beweging ergens naar binnen gaan
    Hij moet de societeit voorbij. ‘Wacht! misschien zit er wel een van de vrienden te lezen. Even inwippen en kijken!’ In de leeszaal vindt hij niemand, in de biljartkamer slechts een paar jongelui, die carambole spelen. ‘Dan in 's hemelsnaam maar naar huis.’