inwoning
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het wonen in een huis dat het tehuis van anderen isNa een jaar inwoning waren we blij onze eigen woning te kunnen betrekken.
Etymologie
* van inwonen
Uitdrukkingen
- vrije kost en inwoning — gratis voeding en huisvesting
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek