inzicht

onzijdig (het)/ˈɪnzɪxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het doorhebben hoe iets in elkaar zit
    Hij heeft een goed inzicht in schaak.
    Want ik was niet naar Grand Hotel Europa gekomen om de tijd weemoedig te laten verglijden te midden van afgebladderde luxe en krakende glorie in passieve afwachting van een of ander inzicht, dat mij op een gegeven moment zou toevallen als een bloemblad uit een vergeeld boeket. Dat inzicht wilde ik afdwingen en daarom moest ik aan het werk.
    Mensen die je leven in komen en die ongevraagd veel geven zoals een boodschap of een inzicht, vragen om over na te denken, bescherming of waarschuwingen.
  2. het beseffen of erkennen van iets
    In de jaren tachtig van de vorige eeuw brak het inzicht door dat er algemene bestuursrechtspraak diende te komen en dat in beginsel iedere bestuurshandeling voorwerp van geschil voor een onafhankelijke rechter moest kunnen vormen.
    In de rechtswetenschappelijke literatuur en in de rechtspraktijk komt men tot het inzicht dat het legaliteitsbeginsel (dat het bestuur niet naar willekeur maar louter op grond van de wet optreedt) niet verder kan worden opgerekt en moet worden gecompenseerd met andere beginselen.
    Inzicht is de eerste stap tot verandering.
  3. inzage; het inzien (van een document)
    Hij kreeg inzicht in een paar van de belangrijkste documenten.

Etymologie

* van inzien ().

Vertalingen

DuitsDurchblick, Einsicht, Einsicht