ion

onzijdig (het)/ˈijɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde, scheikunde (natuurkunde) (scheikunde) atoom of een molecuul die elektrisch geladen is door een gebrek aan of overschot van één of meer elektronen

Etymologie

*van "ῐ̓όν" (ión) "het gaande", naar het voorbeeld van anion en kation; in de betekenis van ‘elektrisch geladen deeltje’ aangetroffen vanaf 1886

Vertalingen

Engelsion
Fransion
DuitsIon
Spaansión, ion
Turksiyon
Poolsjon