ipad

Wat is de betekenis van ipad?

ipad betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ipadden

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ipadden
  2. gebiedende wijs van ipadden
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ipadden

Voorbeelden van "ipad" in een zin

  • Ik ipad.
  • Ipad!
  • Ipad je?