ipad
Wat is de betekenis van ipad?
ipad betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ipadden
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ipadden
- gebiedende wijs van ipadden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ipadden
Voorbeelden van "ipad" in een zin
- Ik ipad.
- Ipad!
- Ipad je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek