ipod
mannelijk (de)/ˈɑjpɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- speler voor digitale muziekbestandenTijdens hun rit met de metro ziet Mimi overal monsters opduiken maar moeder heeft geen oog voor Mimi's angsten en fantasieën. Ze heeft het te druk met lezen, naar haar iPod luisteren en telefoneren.
Etymologie
*van "iPod", een merknaam van
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek