iriscopist

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van iriscopist?

iriscopist betekent: (beroep) iemand die totale gezondheid van een patiënt kan aflezen aan zijn regenboogvlies in het oog, het is een niet wettelijk erkende genezer

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die totale gezondheid van een patiënt kan aflezen aan zijn regenboogvlies in het oog, het is een niet wettelijk erkende genezer

Voorbeelden van "iriscopist" in een zin

  • Iedereen wil bijzonder zijn. Volgens Theresa is ieder mens paranormaal begaafd. Ik ben helderziend, mijn echtgenote is iriscopist en ome Dirk gebedsgenezer. Alleen weten we dat zelf nog niet. We moeten onze gaven nog ontdekken, zogezegd.NRC 18 september 2007
  • De Rotterdamse promovendus Kamran Ikram wil niet als een variant van de iriscopist door het leven gaan. Zo van: ik kijk in je ogen en voorspel of je dement wordt of suikerziekte krijgt.'Nee, nee, zo gaat dat niet', zegt hij snel. 'De aderen in het oog waarik naar kijk, zijn te klein om met het blote oog iets te kunnen waarnemen.Daarvoor is gespecialiseerde apparatuur nodig.' I Volkskrant 10 september 2005

Veelgestelde vragen over iriscopist

Wat is de betekenis van iriscopist?

iriscopist betekent: (beroep) iemand die totale gezondheid van een patiënt kan aflezen aan zijn regenboogvlies in het oog, het is een niet wettelijk erkende genezer

Welk woordgeslacht heeft iriscopist?

iriscopist is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van iriscopist?

Synoniemen van iriscopist zijn: iriskijker.

Hoe gebruik je iriscopist in een zin?

Voorbeeld: “Iedereen wil bijzonder zijn. Volgens Theresa is ieder mens paranormaal begaafd. Ik ben helderziend, mijn echtgenote is iriscopist en ome Dirk gebedsgenezer. Alleen weten we dat zelf nog niet. We moeten onze gaven nog ontdekken, zogezegd.NRC 18 september 2007

Etymologie

*afgeleid van iriscoop