isoglosse
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) lijn op een dialectkaart (isoglossekaart) die gebieden begrenst waarbinnen een bepaald taalverschijnsel voorkomt
Etymologie
*afgeleid van het Griekse 'glōssa' (tongval, taal)
Vertalingen
Spaansisoglosa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek