isolatieniveau

onzijdig (het)/izo­ˈla­(t)siniˌvo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elektrotechniek (elektrotechniek) bescherming tegen elektrische spanning tot een bepaalde hoogte
    Het opvoeren van de spanning wordt beperkt door het isolatieniveau en het opvoeren van de stroomsterkte door de toegelaten stroomdichtheid.
  2. bouwkunde (bouwkunde) van een gebouw of bouwmateriaal: mate van bescherming tegen warmteverlies
    Ook recent gebouwde woningen voldoen meestal niet aan de verplichte isolatienormen (K55 of beter), maar hebben gemiddeld slechts een isolatieniveau K75 met uitschieters tot K140.
  3. bouwkunde (bouwkunde), (akoestiek) mate van bescherming tegen geluidhinder
    Het isolatieniveau dat de norm eist, hangt af van het buitengeluidsniveau waaraan het gebouw blootgesteld wordt.
  4. informatica (informatica) van programmatuur voor gegevensbeheer: gradatie waarin gedefinieerde typen problemen bij het uitlezen van gegevens die nog verwerkt worden zijn uitgesloten
    De parameter voor het instellen van de gewenste vorm van isolatie noemt men in de meeste databasesystemen het isolatieniveau (…).
  5. medisch (medisch) (logopedie) fase in de spraakontwikkeling waarin het om losse klanken gaat
    Bij een beheersingsniveau van 85% op isolatieniveau wordt overgestapt naar productie op syllabeniveau.