isomorf
mannelijk (de)/ˌizoˈmɔrᵊf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) lijn waardoor een gebied met bepaalde dialectische buigingsvormen afgebakend wordt
- van dezelfde vorm
Etymologie
* In de betekenis van ‘van dezelfde gedaante’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Vertalingen
Spaansisomorfo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek