isomorf

mannelijk (de)/ˌizoˈmɔrᵊf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) lijn waardoor een gebied met bepaalde dialectische buigingsvormen afgebakend wordt
  2. van dezelfde vorm

Etymologie

* In de betekenis van ‘van dezelfde gedaante’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Vertalingen

Spaansisomorfo