jaargang
mannelijk (de)/ˈjarɣɑŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de in één jaar uitgegeven afleveringen van een tijdschriftHij heeft alle jaargangen van De Gids verzameld.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘tijdschriftafleveringen van één jaar’ voor het eerst aangetroffen in 1836
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek