jachtopziener
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) persoon die toeziet op naleving van jachtwetMijn buurman is jachtopziener.
Etymologie
*Samenstellende afleiding van jacht en de stam van opzien
Vertalingen
Engelsgamekeeper
Fransgarde-chasse
DuitsJagdaufseher, Wildhüter
Spaansguarda de caza
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek