jackfruit

mannelijk (de)/ˈdʒɛkfruːt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fruit (fruit) vrucht die aan de stam van groeit, tot 55 kg kan wegen en daarmee de grootste boomvrucht ter wereld is
    U heeft jonge, witte jackfruit nodig, dus niet de rijpe, gele vrucht.
    Jackfruit is in de mode, vooral in vegan-kringen. Het zit op broodjes als een soort pulled pork zonder varken.
  2. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort tot 30 m hoge groenblijvende boom, , uit de moerbeifamilie (), die inheems is in de oerwouden van Indonesië, Maleisië, India, Sri Lanka, Vietnam, Suriname, en de Filipijnen