jackfruit
mannelijk (de)/ˈdʒɛkfruːt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (fruit) vrucht die aan de stam van groeit, tot 55 kg kan wegen en daarmee de grootste boomvrucht ter wereld isU heeft jonge, witte jackfruit nodig, dus niet de rijpe, gele vrucht.Jackfruit is in de mode, vooral in vegan-kringen. Het zit op broodjes als een soort pulled pork zonder varken.
- (bloemplanten) bepaald soort tot 30 m hoge groenblijvende boom, , uit de moerbeifamilie (), die inheems is in de oerwouden van Indonesië, Maleisië, India, Sri Lanka, Vietnam, Suriname, en de Filipijnen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek