jager

mannelijk (de)/ˈjaɣər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die op jacht gaat
  2. militair (militair) vliegtuig dat vooral bedoeld is om vijandelijke vliegtuigen en luchtafweer uit te schakelen
  3. militair (militair) type schip van de marine
  4. militair (militair) infanteriesoldaat van een jagerbataljon
  5. steltloperachtigen (steltloperachtigen) benaming voor roofmeeuwen, behorend tot de familie
  6. scheepvaart (scheepvaart) driehoekig zeil vooraan

Etymologie

* van jagen

Vertalingen

Engelshunter, fighter aircraft, fighter plane
Franschasseur, chasseur
DuitsJäger, Jagdflugzeug, Kampfflugzeug
Spaanscazador, caza, págalo
Italiaanscacciatore, cacciatrice, caccia
Zweedsjägare, jaktflygplan, jaktflyg