jager
mannelijk (de)/ˈjaɣər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die op jacht gaat
- (militair) vliegtuig dat vooral bedoeld is om vijandelijke vliegtuigen en luchtafweer uit te schakelen
- (militair) type schip van de marine
- (militair) infanteriesoldaat van een jagerbataljon
- (steltloperachtigen) benaming voor roofmeeuwen, behorend tot de familie
- (scheepvaart) driehoekig zeil vooraan
Etymologie
* van jagen
Vertalingen
Engelshunter, fighter aircraft, fighter plane
Franschasseur, chasseur
DuitsJäger, Jagdflugzeug, Kampfflugzeug
Spaanscazador, caza, págalo
Italiaanscacciatore, cacciatrice, caccia
Zweedsjägare, jaktflygplan, jaktflyg
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek