jak
onzijdig (het)/jɑk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) kort jasje
zelfstandig naamwoord
- (evenhoevigen) , een rundersoort die in Centraal-Azië leeft
Etymologie
*[B] van "yak", in de betekenis van ‘herkauwer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1857
Vertalingen
Engelsyak
Fransyack
DuitsYak
Spaansyak
Italiaansyak
Russischяк
Japansヤク
Poolsjak
Zweedsjak
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek