jakobakan

mannelijk/vrouwelijk (de)/jaˈkobaˌkɑn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koffie- of melkkan van verglaasd bruin aardewerk
    Wat een schattig jakobakannetje heb je!
  2. middeleeuwen (middeleeuwen) hoge smalle kan van steengoed uit de late middeleeuwen

Etymologie

*, (eponiem) genoemd naar de 15e-eeuwse gravin van Holland, , omdat zij de laatste maanden van haar leven in het verbleef en daar in de 17e eeuw veel van dit type kannetjes werden opgebaggerd