jakobakan
mannelijk/vrouwelijk (de)/jaˈkobaˌkɑn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- koffie- of melkkan van verglaasd bruin aardewerkWat een schattig jakobakannetje heb je!
- (middeleeuwen) hoge smalle kan van steengoed uit de late middeleeuwen
Etymologie
*, (eponiem) genoemd naar de 15e-eeuwse gravin van Holland, , omdat zij de laatste maanden van haar leven in het verbleef en daar in de 17e eeuw veel van dit type kannetjes werden opgebaggerd
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek