jam

mannelijk (de)/ʒɛm/

Wat is de betekenis van jam?

jam betekent: (voeding) (fruit) een gelei van suiker en gekookt fruit, onder andere gebruikt als broodbeleg

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding, fruit (voeding) (fruit) een gelei van suiker en gekookt fruit, onder andere gebruikt als broodbeleg

Voorbeelden van "jam" in een zin

  • Als je iets zoets wil pak je maar een boterham met jam.

Betekenis en uitleg van jam

Jam is een zoete, vaak fruitige spread die gemaakt wordt door fruit te koken met suiker. Het is heerlijk op brood, pannenkoeken of als ingrediënt in verschillende recepten.

Je gebruikt het woord 'jam' vooral als je het hebt over deze smeerbare zoetigheid, die vaak op het ontbijt of bij de thee wordt geserveerd. Jam kan ook variëren in smaak, afhankelijk van het fruit dat wordt gebruikt, en wordt soms zelfs zelfgemaakt. Het kan een gezellige, huiselijke sfeer oproepen, vooral als het gaat om zelfgemaakte versies.

Voorbeelden

  • Op zondagmorgen smeerde ik aardbeienjam op mijn croissant voor een extra lekkernij.
  • Tijdens de picknick had iedereen zijn favoriete jam meegenomen om te delen.
  • De zelfgemaakte pruimenjam stond mooi op tafel naast het versgebakken brood.

Woordoorsprong

Het woord 'jam' komt waarschijnlijk van het Franse 'jam', dat op zijn beurt is afgeleid van het Oudfranse 'gem', wat 'smeersel' betekent.

Veelgestelde vragen over jam

Wat is de betekenis van jam?

jam betekent: (voeding) (fruit) een gelei van suiker en gekookt fruit, onder andere gebruikt als broodbeleg

Welk woordgeslacht heeft jam?

jam is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van jam?

Synoniemen van jam zijn: confituur.

Hoe gebruik je jam in een zin?

Voorbeeld: “Als je iets zoets wil pak je maar een boterham met jam.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘confiture’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1903

Vertalingen

Engelsjam, jelly
Fransconfiture
DuitsMarmelade
Spaansmermelada
Italiaansmarmellata, confettura
Chinees果酱
Zweedssylt, marmelad