Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
jamiem noraïem
meervoud/jaˈmim noraˈʔim/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- benaming voor Rosj Hasjana en Jom Kipoer
- (bij uitbreiding ook:) periode van tien dagen waarbinnen de jamiem noraïem vallen, eigenlijk: aseret jemee tesjoeva
Etymologie
*van (jamiem noraïem), letterlijk: 'ontzagwekkende dagen', 'geduchte dagen'
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek