Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

jamiem noraïem

meervoud/jaˈmim noraˈʔim/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. benaming voor Rosj Hasjana en Jom Kipoer
  2. (bij uitbreiding ook:) periode van tien dagen waarbinnen de jamiem noraïem vallen, eigenlijk: aseret jemee tesjoeva

Etymologie

*van (jamiem noraïem), letterlijk: 'ontzagwekkende dagen', 'geduchte dagen'