jargon
onzijdig (het)/jɑr.ˈɣɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) vaktaal, specifiek taalgebruik binnen een bepaalde groep, vaak moeilijk te volgen voor een buitenstaanderZe bedienden zich van veel onbegrijpelijk jargon.
- (taalkunde) koeterwaals, onbegrijpelijke taal in het algemeen
- (materiaalkunde) zirkoonsteen gebruikt als versiering
Etymologie
*[3] Via het Frans van zarcão, uiteindelijk te herleiden tot het Farsi zargūn (tevens verwant met zirkoon)
Vertalingen
DuitsKauderwelsch, Fachsprache, Jargon
Spaansargot, jerga
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek